banner

Meer kansen voor de kerkuil in Aartselaar

De kerkuil (Tyto alba)

is een prachtige vogel. Het opvallendst is zijn plat, hartvormig gezicht. De bovendelen van het verenpak van de kerkuil zijn gelig bruin, bezaaid met zwarte en witte vlekken. Over zijn borst ligt een bruingele gloed. Zijn lange poten zijn wit, met wijd uitstaande tenen en imponerende klauwen

Een echte nachtvogel

Om zijn weg in de duisternis te vinden, bezit de kerkuil een aantal goed ontwikkelde zintuigen. Door zijn uitstekende ogen is hij in staat om ‘s nachts zowat honderd maal beter te zien dan de mens. Met zijn gehoor kan de kerkuil zelfs in het pikdonker zijn prooien perfect lokaliseren. Bovendien zorgen zijn zachte en grote vleugels ervoor dat hij de prooi geruisloos kan benaderen.

Muizen als lekkernij

Kerkuilen zijn jagers van open terreinen, afgezoomd met bermen, hagen, bosjes en knotbomen, … Verstandige landeigenaren of beheerders beschouwen de kerkuil als een vriend;  het voedsel van de kerkuil bestaat immers vooral uit muizen… spitsmuizen of echte muizen, voor de kerkuil maakt het niet uit, in tegenstelling tot andere uilensoorten is de kerkuil immers helemaal niet kieskeurig bij zijn voedselkeuze. Een volwassen kerkuil eet drie tot vijf muizen per nacht, wat betekent dat in het broedseizoen een familie kerkuilen 200 muizen per week verorbert!  De prooien worden met haar en huid opgegeten. De beenderen en het haar verteren echter niet en worden als een zwarte, langwerpige bal uitgebraakt; een braakbal. Door het uitpluizen van de kerkuilbraakballen kan men dan ook een goed beeld krijgen van de kleine zoogdiertjes die in de omgeving van een kerkuilbroedplaats leven.

Van ei tot uil

De nestplaats van de kerkuil bevindt zich meestal op een donkere, rustige plaats op een kerkzolder of in een boerenschuur. Daar legt het vrouwtje in april/mei vier tot zeven witte eieren die na een maand broeden uitkomen. Na twee maanden heeft het donswitte uilskuiken zich ontwikkeld tot een vliegvlugge kerkuil. Na veertien weken zoeken de ondertussen volgroeide kerkuilen een eigen leefgebied dat meestal niet doorgans niet verder dan een vijftigtal km van de geboorteplaats gelegen is.

Uil in de buurt?

Hoe kan ik nu weten dat er een kerkuil in mijn buurt vertoeft? Allereerst zijn er de braakballen die men op een kerkzolder of in een boerenschuur kan vinden. Op de balken van de schuur zijn de witte kalkstrepen van de uitwerpselen te zien. De kerkuil is een zwijgzame kerel, maar af en toe laat het mannetje een ijselijke kreet horen en kan men tijdens het broedseizoen het geblaas van de jongen horen.

Bedreigd, maar toch is nog een toekomst…

Tot in de jaren zestig was de kerkuil een algemene verschijning, op iedere kerktoren in het Vlaamse land woonde er wel een paartje kerkuilen.  Na de bijzonder strenge winter van 1962-1963, waarbij het wekenlang vroor en er een dik pak sneeuw lag, daalde het aantal kerkuilen in heel West-Europa tot minder dan 10 % van de oorspronkelijke populatie. Door het grootschaliger worden van de landbouw, minder broedgelegenheid door het afsluiten van kerktorens en uilengaten en het toenemende verkeer kreeg de kerkuil het steeds moeilijker.

In de bres voor de kerkuil…

In het begin van de jaren 80 vonden enkele jonge natuurliefhebbers dat er dringend wat gedaan moest worden voor de kerkuil. In de navolging van het Nederlandse voorbeeld werd er ook een Vlaamse Kerkuilwerkgroep opgericht.De belangrijkste doelstelling van de werkgroep was het behoud van de kerkuil als broedvogel in Vlaanderen. Onder impuls van een nationale coördinator, bijgestaan door provinciale en regionale coordinatoren, werden een provinciale en regionale werking op poten gezet.In heel Vlaanderen werden natuurbeschermers gemobiliseerd, gegroepeerd per provincie. Een grootscheepse inventarisatie- en nestkastencampagne werd opgestart. Honderden nestkasten werden geplaatst. In 1991 werd uiteindelijk een concreet soort­beschermings­plan voor de kerkuil uitgewerkt. Sinds 1997 werkt de Kerkuilwerkgroep verder als autonome werkgroep van Vogelbescherming Vlaanderen.In de Zuid-Antwerpse regio, Klein-Brabant, de Rupelstreek en Willebroek werken medewerkers van Natuurpunt in samenwerking met de Kerkuilwerkgroep aan de bescherming van de kerkuil. Sinds 1992 werden in alle kerktorens en een aantal  boerenschuren speciale nestkasten voor de kerkuil geplaatst. Momenteel strekt de actieregio van deze groep zich uit van Aartselaar tot Sint-Amands en van Niel tot Duffel.

Actie in Aartselaar

In Aartselaar werden reeds nestkasten geplaatst in het schip van de Sint-Leonarduskerk en een toren van het Cleydael. Tot hiertoe zonder broedsucces. De ervaring leerde dat ook boerenschuren door kerkuilen geliefde plaatsen kunnen zijn. Deze liggen immers meestal midden hun jachtgebied. Daarom werden de eigenaars van enkele geschikt lijkende hoeven aangeschreven met de bedoeling een kerkuilenkast te plaatsen. Enkele eigenaars reageerden reeds positief.Koken kost geld … Een nestkast kost aan materialen snel 50 euro. De “werkuren” zijn vrijwilligersinzet, dus gratis. Aan de gemeenten wordt een ondersteuning gevraagd van 50 euro per geplaatste nestkast. De Aartselaarse Minaraad ondersteunt de actie en betaalt 50 € per geplaatse kast.

Intussen werden reeds kasten geplaatst op volgende lokaties:

1. Schuur Storms, Zinkvalstraat: kast is geplaatst.
 
2. Schuur 's Jongers, Groenenhoek: kast geplaatst na uitkappen van invliegopening op 2 mei 2006.
3. Schuur Van Looveren, Pierstraat: kast geplaatst op 5 september 2006 in houten hangar.

4 Kleistraat 2008

5 Groenenhoek 2011

 
6 juni 2015: Cleydael: Bij renovatie van het kasteel Cleydael verdween de nestkast in de toren. De eigenaar was echter bereid een kast in een der bijgebouwen te laten zetten.

Tot slot: misschien kan jij ook helpen! Medewerkers van Natuurpunt zijn nog steeds op zoek naar locaties om nestkasten voor de kerkuil te plaatsen. Iederéén die een schuur of een ander gebouw bezit, met een mogelijke invliegopening voor de uilen, mag dit laten weten aan Erik De Keersmaecker 03/887.13.72..

Het gebouw moet in een landelijke omgeving liggen of eraan grenzen. Er mag geen druk verkeer zijn. De afstand ten opzichte van een andere nestkast moet minstens een kilometer in vogelvlucht zijn. Indien de locatie geschikt is, wordt de nestkast in het gebouw metéén achter de invliegopening geplaatst, zodat er binnen in het gebouw geen hinder is door de aanwezigheid van een kerkuil.